Jarenlang heb je met een keelklem rondgelopen.

Het was mijn vierde en laatste keer voor de sjamaanse workshop.
Het adres was ik vergeten mee te nemen. De straatnaam wist ik nog, het nummer niet meer. Erg alarmerend leek me dat niet; ik was er al eerder geweest, dus nu zou ik er ook wel komen.
Het leek ook alsof ik goed liep, toch herkende ik de woning niet. Al die huizen zagen er ook hetzelfde uit. Ergens wist ik dat ik verkeerd zat.
Waar ik dan wel moest zijn? Ik was ervan overtuigd de afspraak te zullen mislopen. Het idee was onverdraaglijk. Ik keek naar de ontmoeting uit en ben iemand die haar woord nakomt.
Om het nog erger te maken, waren er in de buurt een paar bouwvakkers aan het werk en die zagen me. Sommigen begonnen te roepen: “Kom hier!”
Ik wist niet of zij me konden helpen en misschien lieten ze me niet meer gaan. Uiteindelijk wist ik het nummer omdat een mevrouw het adres voor me opzocht op Internet.
Overstuur en gestrest stond ik uiteindelijk op de stoep. ‘Maar’ tien minuten te laat.
Miranda was vol begrip, zelf liep ze ook vaak te zoeken als ze ergens moest zijn.
Toch was ik zo verdoofd dat ik weinig meer bewust meemaakte.
Volgens Miranda valt niemand terug na een sessie.
“Het is een trigger, het herinnert je aan een tijd waarin je hulpeloos was. Je denkt:’Dit Wil Ik Nooit Meer’”, was haar uitleg en dat klopte voor mijn gevoel.

Hoewel het een beetje beter ging, zat ik nog vaak op slot. Voor mezelf of voor anderen opkomen, het ging soms wel, maar niet van harte.
“Jarenlang heb je met een keelklem rondgelopen”, wist Miranda.
Dat raakte me, vooral omdat het zo waar was.
“De diagnose ‘autisme’ heeft je het zwijgen opgelegd”, voegde ze toe.
Deze sessie zou mijn stem bevrijden, waarbij het uitspreken van wat er op mijn hart lag, steeds meer vanzelf zou gaan.
Ik ging mijn leven na. Het speciale onderwijs. Dat er een handelingsplan op mijn tafel lag, die ik mocht lezen, zonder er iets aan te kunnen veranderen. De mening van de school stond al vast. Protest was gevaarlijk, je had te doen wat volwassenen zeiden, wilde je niet door elkaar geschud of de klas uit gejaagd worden. Bovendien had je met een stigma toch geen recht van spreken meer. Mensen communiceerden over me (ook waar ik bij was!) in plaats van met mij. Ja, ik mocht mijn zegje doen en dat was het.
Ook thuis voelde ik me meer een patiënt dan een lid van het gezin. Het contact tussen mijn vader – met wie ik eerst een innige band had – en ik, viel weg. Hij praatte tegen me, in plaats van met me. Alles wat ik deed, zei of vond, linkten mensen aan mijn ziektebeeld. Dag in, dag uit. Daar word je gestoord van. Letterlijk. De klem om mijn keel zat steeds strakker.
Jaren heeft het gekost om dit te verwerken. Ook mijn vader, die langzaam wakker werd, kreeg het zwaar te verduren. De ontdekking hoe hij is bedrogen. Ik voelde me geen dochter meer, maar een probleemgeval, hoewel mijn ouders toch meestal naar eer en geweten handelden.
We kunnen er nu goed over praten, onze band is hersteld.

Het beschadigde vertrouwen in mensen en het gevoel bedrogen te zijn, beheerste mijn leven.
Volgens Miranda zat er een woede in me die grensde aan razernij. Ik weet niet meer precies welke woorden ze gebruikte. Ze herkende zichzelf in mij.
“We lijken meer op elkaar dan je misschien denkt.”
Haar zoons die gepest en lastiggevallen werden. Wat dat met je doet.
Het ging verder terug, naar haar jeugd. Zij hield van dieren. De paardenfokkerij wat alleen om geld en prestige ging, maakte haar woest. Iemand heeft eens haar renpaard kreupel gemaakt.

Het was een openbaring, in zekere zin. Woede maakte me bang. Eerst nog het verbale geweld van mensen met macht over anderen, zoals leerkrachten die hun frustraties op de leerlingen verhaalden. Later ook de woede van gedupeerden over het onrecht dat hen is aangedaan. Hoe terecht hun uitingen ook waren, ik voelde me ongemakkelijk bij emotionele uitbarstingen, vond het bedreigend en betrok het op mezelf. Er zijn mensen geweest die me daadwerkelijk verantwoordelijkheid hielden voor mijn situatie, omdat ik deze niet voor hen op kon oplossen.

Uiteindelijk ontkende ik ook mijn eigen woede. Boeddhistische inzichten zoals loslaten, empathie en leven vanuit liefde kwamen mij goed uit. Woede zou een destructieve emotie zijn. Dat is het natuurlijk ook als je er niet mee om kunt gaan. Emoties gaan niet uit zichzelf weg, ze worden sterker en uiteindelijk onbeheersbaar.
Mijn vader was ook bang voor woede. Vooral vroeger liet hij zijn doen en laten bepalen door anderen. Alles liever dan ruzie krijgen.

Symbolisch maakte ik een nest. Daar stuitte Miranda op een nieuwe blokkade. Ik wilde enerzijds vrij zijn, maar tegelijk onzichtbaar blijven. Wat zou er gebeuren als mensen me zien? Allebei moesten we even pas op de plaats nemen. Eerst moest dit wegvloeien.
Daarna was mijn ‘nest’ ook meteen klaar en vloog ik weg. Ik hoorde mezelf klapwieken en voelde de wind langs mijn ‘veren’ strijken.

Pas de volgende dag kwam de bevrijding. De klem om mijn keel was nu daadwerkelijk minder strak. Het lukte me om vragen te stellen.
Zoals toen een jongetje van het een op het andere moment de winkel uit werd gejaagd door een vrouw van middelbare leeftijd met een verbeten gezicht. Huilend rende hij naar buiten. Daar kwam ik hem tegen. Hij stond daar met een betraand gezicht, stom van verdriet. Vijf of zes jaar, zag hij eruit.
Vriendelijk vroeg ik: “Wat is er gebeurd?”
Dat was al duidelijk, maar ik wilde hem de kans geven om zijn verhaal te vertellen.
Er stond een jonge meid naast haar. Er was geen contact. Haar gezicht was onschuldig, maar leeg.
“Hij is de winkel uitgejaagd”, voerde ik aan.
Zij haalde haar schouders op.
De vrouw met het afkeurende gezicht was nog nergens te bekennen.

Ik ben er nog niet, toch is er een begin. Er is weer hoop om ten positieve iets te veranderen.
De Sjamaanse sessies zijn geen snelle of gemakkelijker oplossing. Je hele verleden kan langskomen als een film. Helder krijg je door welke gebeurtenissen mooi en waardevol zijn, maar ook wat er mis is gegaan in je leven. Dat kan pijnlijk en confronterend zijn; ook aan je eigen bijdrage word je herinnerd. Dat gaat vanuit je zelf, want Miranda oordeelt niet.

Alle emoties horen bij de menselijke natuur. Ze vertellen je wat er in je omgaat. Er zijn geen goede of slechte emoties, zolang je ermee om kunt gaan. Door emoties te ontkennen of van jezelf altijd positief en blij te moeten zijn, ben je afgesneden van een stuk bewustzijn. Er ontstaat een spanningsveld, want die emotie of eigenschap verdwijnt niet, het is alleen afgedekt. Steeds moet je op je hoede zijn. Door een bepaalde trigger kan een gevoel weer van zich laten horen.
Een positieve levenshouding helpt zeker, toch is niet alles mooi en liefdevol. Ook het lelijke dient benoemt en verwerkt te worden, anders wordt je geest een opslag van onverwerkte gebeurtenissen, emoties en boodschappen.
Of ik gevoeliger ben geworden, weet ik niet. Wat er in me omgaat en wat er om me heen gebeurt, kan ik nu beter plaatsen. Mijn geest is helderder geworden. Gevoelens en omstandigheden betrek ik minder op mezelf.

Velen hadden weer goede voornemens voor het nieuwe jaar. De mijne zijn inzichten daadwerkelijk delen en ernaar leven. Als iets me uit evenwicht brengt, wil ik er minder in blijven hangen. Ik reageer erop, voel wat het met me doet en daarna maak ik er weer het beste van. Zoals een kind na een valpartij in tranen is en even later weer opgaat in z’n bezigheden.
Dat is ook de essentie van de sjamaanse energie, weer terug bij jezelf komen, zoals je oorspronkelijk bedoeld was. Kinderen staan nog het dichts bij hun natuur en kern.

Zoals een wijs citaat van Jezus ook luidde: “Wanneer gij u niet bekeert en wordt als de kinderen, zult gij het Koninkrijk der hemelen niet binnengaan.

Sarah Morton.

Website Miranda: Sjamaanmiranda.nl

0
0
0
s2smodern