Laatst mocht ik weer naar Miranda.
Hoewel ik zeker wat bewustzijnssprongen heb gemaakt, was ik al dagen somber en moe. Ik had te veel negativiteit over me heen gekregen.
Nog vrij recent iemand die een dolk in mijn hart heeft gestoken. Een glazenwasser, toen ik onkruid aan het wieden was in de stadsboerderij waar ik vrijwilligerswerk deed.
Hij vroeg of ik het nog leuk vond en ik zei maar ‘ja’. Toen begon hij te drammen over zere knieën en dat het slecht voor mijn rug was en vroeg wanneer ik naar huis mocht en wanneer ik opgehaald zou worden(!). Dus bij voorbaat mij als gehandicapt en hulpbehoevend zien. Ik zei ook dat ik gewoon met de Randstadrail naar huis ging, wat hij kennelijk moeilijk te geloven vond.
De oude schaamte en vernedering kwam weer boven, van jarenlang (tot dik in de zeventien jaar) aangewezen zijn op ‘het taxibusje’.

Ik heb kinderen gezien die niets mochten dan stilstaan en pootjes geven. Toen een meisje van een jaar of acht een beetje aan het wiebelen en rondlopen was, sleurde de moeder haar op een gegeven moment naar zich toe en schudde haar door elkaar. Ze deed haar dochter nog even op een hatelijke manier na, met de toevoeging om er alsjeblieft mee te stoppen.
Er heerste een snijdende wind, misschien had dit kind het wel koud.
Ik maak me zorgen over de blokkades die dit meisje op gaat lopen in haar leven. Geen bewegingsruimte. Frustratie en afwijzing. Waarom moeten kinderen met een probleem leven dat niet van hen is? Hoeveel opgroeiende mensen kunnen nog echt kind zijn? Waarom mogen ze alleen spelen op aangewezen plekken en tijdstippen?

Veel kinderen zitten vastgebonden in een buggy voor hun ‘veiligheid’. Laat gebrek aan lichaamsbeweging nu net een van de grootste gezondheidsrisico’s zijn. Los van een slechtere conditie en meer kans op overgewicht, lopen de kinderen allerlei blokkades op en missen essentiële ervaringen. Ze kunnen zich nauwelijks bewegen door de riemen en niemand lijkt naar hen om te kijken. Zou je het daar niet (levens)benauwd van krijgen?
Wanneer het kind met de rug naar je toe zit, is er ‘vanzelf’ minder interactie en positieve aandacht. Voor het kind is het moeilijker om de ouders te bereiken, zeker als die met ‘belangrijkere’ zaken bezig zijn, zoals telefoneren, etalages bekijken of ‘volwassen’ gesprekken voeren met vrienden.
Is het kind ‘uit beeld’ lijkt ook de verbinding verbroken. Ouders zijn zich niet bewust van hoe het zich voelt. Probeert het kind aandacht te trekken, wordt het vaak als een stoorzender gezien. Niet zelden krijgt het een snauw of komt er helemaal geen antwoord.
Veel peuters zitten nog met een fopspeen in hun mond, zodat ze even stil zijn. Het uiten van gevoelens is zo bijna onmogelijk, als het ‘op slot’ is gezet. Bij veel van die kinderen zie ik ingehouden verdriet, woede of angst. Dit kan een opslag worden van onverwerkte gevoelens, onrecht en eenzaamheid. Kinderen krijgen de boodschap dat zij er niet toe doen en je naar hen niet hoeft te luisteren. Ik stel het hard. Zachte heelmeesters…
Toch is niet ‘de buggy’ het probleem. Als een kind moe is van het lopen, kan het geen kwaad als het even mag uitrusten in die ‘stoel’.
Ook een kind regelmatig voor de televisie parkeren (al dan niet vastgebonden in een ‘wippertje’) en zelf iets anders gaan doen, kan voor blokkades en psychische problemen zorgen, zeker als de programma’s hun werkelijkheid worden. De indrukken kunnen ze niet altijd verwerken, waardoor ze (op latere leeftijd) concentratieproblemen kunnen oplopen en minder stuurbaar zijn. Niet het gezin of hun natuur maar het aanbod op televisie gaat hun dagritme bepalen.
De westerse maatschappij staat in het teken van snelheid (zoveel mogelijk doen in zo min mogelijk tijd) en gemak (zo min mogelijk moeite en aandacht).

Een ‘kindertijd’ is er niets voor niets. Het is een tijd van opgroeien, van leren, ontdekken en ervaren.
Wanneer kinderen deelnemen aan het leven, in plaats van het slechts te ondergaan, krijgen ze de kans om vaardigheden aan te leren en ontdekken ze hoe de wereld in elkaar zit. Veel jonge kinderen helpen graag mee. Taakjes zoals groenten of fruit in de boodschappenwagen leggen of schoonmaken kunnen ze interessant vinden en ze voelen zich ‘groot’ en nuttig.
Peuters die zelf mogen lopen en baby’s die gedragen worden (bijvoorbeeld in een draagdoek) zien er doorgaans meer ontspannen uit en zijn ook geestelijk bijdehanter. Hun blik is helder en open. De uitstraling en levensenergie van deze kinderen is veel mooier. Meestal zijn ze socialer. Er is ‘vanzelf’ meer interactie tussen ouder en kind. Ook als ze niet gericht met elkaar bezig zijn, zijn ze zich bewust van elkaar en is er terloops contact. Doordat ouders op hun kind moeten letten, zeker in het verkeer, hebben ze ook meer aandacht.
Bij het oversteken kun je ze ook een handje geven. Zo raken ze ook eerder wegwijs in de buitenwereld.
Baby’s die zich tegen mama (of papa) aan weten, waar ze zich het meest thuis voelen, kunnen vanuit een veilige positie de omgeving in zich opnemen, waar ze later zelf deel aan zullen nemen. Hun natuur rekent op beweging en indrukken. Door het schommelen kunnen ze hun eigen ritme vinden. Het is de oudste manier van dragen. De kindjes hoeven geen aandacht te trekken om hun constante behoefte aan lichaamscontact te vervullen en voelen de warmte en horen de hartslag.

Zodra ik op de zachte bank in het praktijkkamertje neervlijde, vielen de spanningen van me af. Meteen vulden mijn aderen zich met energie, nog voordat Miranda begon.
Zij zag een duidelijk verschil met de eerste keer. Mijn blik was helder en open, ik ‘zag’ meer.
“Ik heb ervaren hoe het is zonder ego”, zei ik.
Toch was ik er nog niet.
“Ik laat nog steeds over me heen lopen en ‘flap’ er nog steeds geen dingen uit”, gaf ik aan.
Ik was nu aan de derde sessie toe, daarna zou ik helemaal mezelf kunnen zijn. Mijn grenzen kan ik beter aangeven. Ook na vorige sessies heb ik dit al gemerkt, vooral met snoepen.
Vanaf heden zou mezelf laten kleineren, verleden tijd zijn. Met ego heeft dit niets te maken, ik zou mijn grenzen aangeven vanuit eigenwaarde.
Miranda kreeg het beeld door van een symbolische kerker, waarin ik lange tijd opgesloten zat. Mensen die voor me beslissen en etiketjes plakten. Hoewel mijn bewustzijn al heel ergens anders was, hield men mij op ‘mijn’ plaats. Instanties maken ouders bang en stellen dat er maar één mogelijkheid is. Er ontstaat een verwijdering tussen ouders en kind.
De laatste tijd probeerde ik meer ruimte voor mezelf te creëren, om het dan weer in de kaderen. Ook dat beeld klopte wel. Momenten dat ik mezelf afschermde voor de wereld, omdat ik vaak niet blij was met wat ik zag. Een deel in mezelf dat me overhaalde om ‘in slaap’ te blijven.
Mijn keel zat weer dicht. Miranda kreeg een hoestbui en raakte even haar stem kwijt, zo heftig was het. Ze voelt andermans pijn en kwalen in haar eigen lichaam.
Miranda liet mijn energie circuleren om de blokkades en negatieve energieën los te maken en af te laten vloeien. Ze leidde me naar mijn eigenheid. Een symbolische zolder waar ik onwennig rondkeek. Toch liep ik door. Mijn intrinsieke zelf leren kennen, zonder een ego dat in de weg stond, was een openbaring.
“Je bent nu uit de kerker en niemand zal je meer opsluiten”, waren haar afsluitende woorden.

Met een bevrijd gemoed keerde ik naar huis. Vol energie. Ik had weer zin in het leven en kon veel aan. Het verleden van loze beloften, pesterijen, vernederingen, beknotting en schaamte, het leek allemaal verdwenen. Niet dat ik me het niet herinnerde. Scherper dan ooit zelfs. Miranda merkte ook op dat je hele leven als een film voorbij kan komen. Maar ik betrok het niet langer op mezelf. Het voelde als een innerlijke schoonmaakbeurt. Er waren ineens oneindig veel mogelijkheden.
Daarna heb ik donkere en bewolkte dagen gehad, met de nodige regenbuien. Ik voelde me weer waardeloos of een lastpost. Langzaam klaarde het op en was het alsof er geen vuiltje aan de lucht was. Een heldere hemel.
Wat me te doen stond was helder. Meewerken aan een gezondere en mooiere wereld waar we een band met de natuur kunnen scheppen. Waar kinderen echt kunnen spelen en ontdekken en zo waardevolle ervaringen opdoen, zelfredzaam kunnen worden en als mens groeien. Zonder druk. Waar ze zichzelf kunnen zijn, zonder angst voor verstoting of spot.
Leven naar echte (spirituele) waarden en inzichten. Voorbeelden geven van liefdevolle en menswaardige omgangsvormen en leven met de natuur, in plaats van steeds de aandacht op wat er mis is.
Ik ben voor volledige openheid over zaken, dus wat er aan de hand is zal ik zeker niet verzwijgen. Daarnaast wil ik me meer richten op positieve voorbeelden.
Ook kinderen hebben natuurlijke grenzen nodig, wat betreft echt gevaarlijke situaties of overmatig snoepen of tv-kijken. Wanneer opvoeders vanuit liefde en inzicht handelen, in plaats van omdat het zo uitkomt, zullen de kinderen het ook eerder begrijpen en zal het bijdragen aan hun levenskwaliteit. En hoe zit het met de grenzen van kinderen zelf? Wie beschermt en respecteert deze?

Er zijn veranderingen op komst. Het loslaten van zekerheden, of beter gezegd: wat we gewend zijn. Het laten gaan van beperkende overtuigingen en heersende opvattingen. Ons zelfbeeld (ego) waarin we vastgeroest zitten en die we vaak als kind meekregen. Iedereen heeft een indruk van zichzelf. Daar is niets mis mee, zolang het je leven niet gaat bepalen.
Door met een open en ‘neutrale’ blik waar te nemen, kunnen we ook kinderen zien zoals ze van nature zijn, in plaats van wat ons uitkomt. Door voorbij de grenzen van ons persoon en onze kaders te gaan, kunnen we ons verplaatsen in iemand anders.
Wil niet iedereen dit diep van binnen? Zijn wie hij in essentie is en kunnen doen wat zin geeft?

0
0
0
s2smodern